Basisschool

De werking van de basisschool staat garant voor een huiselijke en warme sfeer. Er wordt na school veel aandacht besteed aan het thuiskomen van de kinderen. De opvoeders gaan samen op zoek naar wegen om de zelfredzaamheid van elk kind te verhogen. De verwachtingen worden aangepast aan de leeftijd.

Gezonde voeding

We willen de kinderen van jongs af leren nadenken over gezonde  voeding. We maken ze bewust van de keuzes die ze maken aan tafel. Kinderen van de lagere school mogen enkel ’s morgens chocolademelk nemen. ’s Avonds kiezen we voor gewone melk of water ook thee kan.  Koffie kan pas vanaf het vierde leerjaar en wordt beperkt tot één kopje per dag. Ook de chocomelk ’s morgens beperken we tot één kopje. Kinderen van de lagere school mogen geen suikerpotten mee nemen aan tafel. Wie suiker wenst moet zich beperken tot 1 suikerklontje per maaltijd.

Wie een tweede portie wil kan dit op voorwaarde dat men groenten heeft genomen. Elk kind moet minimum 1 stuk fruit eten per dag en neemt ook groenten bij het avond eten.

Zelfredzaamheid en zelfstandigheid

Vanaf het eerste leerjaar leren we de kinderen om zelf de mandjes te maken. Vb: Elk kind heeft per dag één kledijmandje. We helpen ze met de keuze en houden toezicht. Het maken van de mandjes moet vanaf het prille begin een bewuste actie zijn. Ook de douchezak en het valies moeten ze zelf maken en ledigen.

Om de zelfredzaamheid te verhogen gaan we opzoek naar manieren om de kinderen mondig te maken. We willen dat de kinderen kunnen zeggen wat ze denken en willen op een respectvolle manier. Hoe stel ik een vraag? Hoe en bij wie vind ik het antwoord op een vraag? Kinderen moeten weten dat domme vragen misschien wel helemaal niet bestaan. Tijdens het PEP-moment (moment waar we met de groep samenzitten om onze werking te bespreken) leren we ze ook bewust om te gaan met elkaar. Leren luisteren naar elkaar, gepast reageren op de anderen.

Huiselijkheid

Kinderen die al heel jong op internaat komen hebben nog net dat ietsje meer nood aan het gevoel van thuiskomen dan onze kinderen uit het secundair.  Er wordt dus binnen onze werking van de basisschool heel veel aandacht besteed aan  warmte en huiselijkheid. De verhaalmomentjes voor het slapengaan zijn daar een belangrijk onderdeel van. Maar ook de opvoeder die mee aan tafel gaat met de kinderen, fruit helpt snijden maken daar onderdeel van. Als opvoeder maak je tijd om te knuffelen, plezier te maken en in te spelen op de spontane verhalen.

Hygiëne

’s Morgens en ’s avonds houden we toezicht op het poetsen van de tanden. Tweemaal per week gaan we douchen. We staan erop dat kinderen elke ochtend hun gezicht, oksels en poep wassen. Op dagen dat we niet gaan douchen, doen ze dit ook ’s avonds.

Op dagen dat er zwemmen is leren we de kinderen om hun zwemgerief netjes uit te hangen op de kamer zodat het niet vochtig in de zwem-zak blijft zitten, met kans op schimmels en onfrisse geurtjes. Vuile was wordt steeds onmiddellijk in het valies gestopt.

Als jongens naar het toilet gaan staan we erop dat ze de bril omhoog doen.

Respect

Geduld hebben is een mooie deugd. Kinderen moeten leren dat ze hun beurt moeten afwachten. Dat ze op een positieve manier om aandacht vragen. Als ze een vraag hebben steken ze hun vinger op en wachten ze op hun beurt. We leren ze om het gesprek van anderen niet te onderbreken.

Als we willen dat de groep stil is, als we hun aandacht nodig hebben schreeuwen we niet. We stoppen onze hand in de lucht als teken dat we willen dat iedereen stil is en luistert.

We verzorgen onze taal. En spreken ook de kinderen aan als ze dialect praten. We verwachten geen algemeen Nederlands maar een verzorgde tussentaal.

Schelden, vloeken en tieren worden onmiddellijk berispt. Als opvoeder hebben we ook hierin een voorbeeldfunctie. We polsen naar de oorzaak van het gedrag of de houding.

We hebben aandacht voor complimentjes en positieve boodschappen. We stimuleren de kinderen steeds om elkaar aan te moedigen en de andere een compliment te geven.

Aan tafel eet iedereen met mes en vork. De kinderen zitten met hun benen onder tafel, en de armen van tafel. Kinderen die te klein zijn om treffelijk aan tafel te zitten krijgen een autostoeltje ter beschikking, zodat ze hun houding beter kunnen verzorgen.

We spreken kinderen aan die op een of andere manier geen verzorgde houding hebben aan tafel. (met open mond eten, praten en eten op hetzelfde moment, te luidruchtig aan tafel, etensresten beperken….)

Orde en netheid

Ook de kindjes van de lagere school zijn verantwoordelijk om hun lavabo netjes te houden. Ze poetsen deze zelf.

Alle reserve kledij wordt steeds opgehangen in de kast. Schoenen worden netjes op een rij geplaatst in de kamer.

Elke ochtend wordt de kamer kort verlucht. Bij het opstaan zetten de kinderen hun raam open en net voor het verlaten van het internaat doen ze deze weer dicht.

Elke ochtend controleert de opvoeder van dienst of de bedjes mooi openliggen en er geen vuile was is blijven slingeren op de grond.

Ook in de boterhamrefter staan we op orde en netheid. De boekentassen worden niet op een hoopje gegooid maar netjes op een rij gezet worden. De jassen worden ordelijk aan de kapstok gehangen.

Rust

We verplaatsen ons in het gebouw steeds in stilte.

Na bedtijd gaan de kinderen stilletjes naar het toilet en sluiten zachtjes de deur van hun slaapkamer.